Home Vereniging Islam Agenda Cursussen Ahmadiyya Publicaties Verslagen Gebedstijden Media Historie Contact Links
Islam
Iman of geloof Islamitisch offerfeest Normen en waarden Vasten Gebed Profeet Mohammed

Islamitisch offerfeest

Jaarlijks vieren de moslims over de gehele wereld het Ied Ul Adha of het offerfeest. Moslims kennen twee grote feestdagen, te weten: Ied Ul Fitre (suikerfeest) en Ied Ul Adha. Het laatste is eigenlijk het grootste moslimfeest. Terwijl Ied Ul Fitre het einde van de Ramadan markeert, waarbij de moslims uitbundig feesten als uiting van dankbaarheid dat Allah hen in staat heeft gesteld om een van de vijf verplichtingen te volbrengen, heeft Ied Ul Adha daarentegen een veel diepere betekenis.


De essentie van het offeren
De islam is gestoeld op vijf zuilen, waarvan de Hadj er één is. Ter completering van de Hadj wordt op de laatste dag een dier geofferd. Iedere moslim is verplicht één keer de Hadj te ondernemen. Het is echter niet zo dat je alleen door het slachten van een dier je offerplicht hebt vervuld. Zoals eerder opgemerkt, wordt door het offeren een sterke, eeuwigdurende en inspirerende traditie getoond van ware levenskracht van geloof, vroomheid, zelfopoffering, oprechtheid, toewijding, liefde, gehoorzaam-heid en nederigheid ten aanzien van Allah.

Als ware moslim moet je dus je leven lang offers brengen ten behoeve van de samenleving waar je deel van uitmaakt. De mens is een sociaal wezen, dat deel uitmaakt van een gemeenschap. God heeft de mens verheven boven de andere wezens, waardoor er op de mens de verplichting rust goed te doen ten behoeve van die gemeenschap en van alle schepselen van God. Je bezittingen, je tijd, je geneugten opofferen om het hogere doel te bereiken, n.l. een goed mens, moet het ultieme streven van ieder mens zijn. Vertaald naar de dagelijkse praktijk betekent dit: het betalen van de armenbelasting (de Zakaat), je medemens helpen, goed zijn voor je buren, vrijwilligerswerk doen in bijvoorbeeld bejaardentehuizen, thuishulp, mensen in nood bijstaan, participeren in buurtwerk om het leefmilieu leefbaar te maken, obstakels op de weg , waar iemand zich aan zou kunnen bezeren wegnemen. Kortom het gaat er niet alleen om een dier te offeren, maar het gaat er om dat je door alle opofferingen een beter mens wordt teneinde je dienstbaar te maken voor je medemens.


Een beproeving
De essentie van het offeren voert ons terug naar de profeet Abraham. Abraham was door God uitverkoren om de Arabieren, die toen het polytheïsme aanhingen, op het rechte pad te brengen. Toen hij een hoge leeftijd had bereikt en nog geen nakomelingen had, vroeg hij aan Allah hem een zoon te schenken, die zijn werk zou kunnen voortzetten. Zijn gebed werd verhoord en Ismael werd geboren. Zijn eerste beproeving kwam toen Allah hem gebood om moeder en zoon ver van de bewoonde wereld te brengen. Hij bracht zijn vrouw Haghar en zoon Ismael naar een onbewoond deel van de woestijn in de buurt van Mekka en liet hen daar achter zonder enige voorziening, volledig vertrouwend op Allah. Deze verzachtte hun nood door de engel Gabriël op te dragen hen van water te voorzien via de bron Zamzam, die toen is ontstaan en nog steeds actief is.

Toen Ismael wat ouder was, kreeg zijn vader een droom, waarin Allah hem opdroeg het dierbaarste wat hij had, en dat was Ismael, te offeren.

In de Heilige Koran hoofdstuk 37 vers 102 lezen wij:

“En toen hij de leeftijd van het werken met hem bereikt had, zei hij: O, mijn zoon! Waarlijk, ik heb in een droom gezien, dat ik u ten offer breng; overweeg dan wat gij ziet. Hij zei: O, mijn vader! Doe wat u bevolen is; indien het God behaagt, zult gij mij een van de lijdzamen vinden”.

Verder lezen wij in de verzen 103 t/m 111 dat Abraham de opdracht van zijn Heer ten uitvoer wil brengen en dat Ismael daarin volledig meegaat. Als hij de daad bij het woord wil voegen, laat Allah, via de engel Gabriël weten, dat het slechts een beproeving was en dat Abraham waarheidlievend is en dat Allah degene, die goed doet, beloond. “En Wij kochten hem met een groot offer vrij en Wij vereeuwigden de lof voor hem onder de latere geslachten” (vers106 en 107). Het grote offer was een ram en wordt groot genoemd, omdat het tot op heden door ruim één miljard moslims wordt nageleefd.


De betekenis van het offeren
Het offeren is eigenlijk door alle volkeren op de een of andere wijze uitgevoerd. Bij de islam heeft het beginsel van het offeren een diepere betekenis gekregen. De handeling is misschien nog steeds als vroeger, maar het heeft niet meer de betekenis, die men vooral bij de oude godsdiensten zag, namelijk een boze god gunstig te stemmen, of als boetedoening voor zonden. Offeren betekent in de islam niet alleen de bereidwilligheid om al je aardse belangen en je begeerten op te offeren omwille van de rechtschapenheid, maar ook de volledige onderwerping aan de wil van Allah, Die de enige God is, het enige Wezen, Dat tot ware liefde voor de medemens leidt en Dat het ware doel van het leven van de mens is.

“Hun vlees bereikt God niet, hun bloed evenmin, maar voor Hem is aannemelijk rechtschapenheid uwerzijds; aldus heeft Hij ze u dienstbaar gemaakt, opdat gij God zult verheerlijken, omdat Hij u recht heeft gesteld; en geef blijde tijdingen aan degenen, die anderen goed doen”(H.K. 22:37).

In dit vers zegt Allah dat al hetgeen Hij geschapen heeft ten dienste is van de mens en dat we Hem daarom dankbaar moeten zijn. Allah heeft al Zijn schepselen lief, maar bovenal heeft hij de mens begiftigd met rede en hem tot Zijn plaatsvervanger op aarde gemaakt, opdat hij Zijn schepselen zal onderhouden en opdat zij vooral niet buitensporig zullen zijn. Als God zoveel weldaden voor de instandhouding van de mens heeft geschapen (zon, licht, water, planten, dieren, vissen, enz.), dan zal een oprechte moslim uit dankbaarheid zich nimmer schuldig maken aan milieuvervuiling of het onnodig doden van dieren. Wij offeren een schaap, rund of kameel in naam van Allah, omdat deze deel uitmaken van de natuur, die Hij speciaal heeft geschapen voor de mens. “En eet van het vlees en voedt de armen en de behoeftigen daarmee” (H.K. 22: 36). Het vlees mag dus niet weggegooid worden. Het vlees van het geofferde dier wordt in drie gelijke delen verdeeld: 1/3 deel is voor de persoon zelf, dat hij onder zijn familie verdeelt en 2/3 deel wordt uitgedeeld aan armen en behoeftigen. Verder moet een dier aan bepaalde eisen voldoen: gezond zijn en niet te jong ( een schaap moet 1 jaar oud zijn, een rund 2 jaar en een kameel 5 jaar). Niet alleen de mensen die naar Mekka gaan, offeren. Ook de thuisblijvers doen dat. Het offeren wordt vooraf gegaan door een speciaal gebed: het Ied Ul Adha gebed, dat in alle moskeeën wordt verricht. In Nederland gaan de moslims daarna naar de slachthuizen en worden de dieren daar geslacht en medisch gekeurd, alvorens je het vlees mag meenemen. Aangezien de slachthuizen de grote toestroom niet in een dag kunnen verwerken, kan het voorkomen dat ook op de dagen daarna geslacht wordt.


De pelgrimstocht naar Mekka: de Hadj
Het offerfeest valt samen met de pelgrimstocht naar Mekka. Niet alleen omdat de geschiedenis van de beproeving van Abraham zich daar heeft afgespeeld, maar bovenal omdat in Mekka het eerste gebedshuis staat dat door de mens is opgericht ter aanbidding van God. In de Heilige Koran hoofdstuk 3 vers 95 en 96 lezen wij o.a.

“Waarlijk, het eerste huis voor de mensen bestemd, is dat te Bekka (een andere naam voor Mekka, toevoeging van de schrijver), gezegend en een leiding voor de volkeren. Daarin zijn duidelijke tekenen: de standplaats van Abraham en wie dat binnentreedt, zal veilig zijn en bedevaart naar het Huis is bindend voor de mensen, omwille van God voor een ieder die de reis daarheen kan ondernemen”.

Het eerste gebedshuis bestond al vóór de komst van Abraham, want in hoofdstuk 2 vers 125 zegt God:

“Wij geboden Abraham en Ismael om mijn huis te reinigen voor degenen, die het bezoeken en degenen die daarin verblijven voor devotie en degenen die zich nederbuigen en degenen die zich nederwerpen”.

Het Huis van Allah wordt de standplaats van Abraham genoemd en hij krijgt de opdracht van Allah om het huis te reinigen van afgoderij. Abraham en Ismael hebben het huis niet alleen proberen te zuiveren van de vele voorwerpen die aanbeden werden, maar hebben het ook uitgebreid.

“En toen Abraham en Ismael de grondslagen van het Huis optrokken, zeiden zij: Rabbana takkabal mienna ienneka antas samie oel aliem) Onze Heer! Neem dit van ons aan; waarlijk, Gij zijt de Horende, de Wetende” (H.K. 2: 127).

Het offeren in de islam is dus ingesteld door de profeet Abraham in opdracht van Allah. Omdat God de Ka’aba de standplaats van Abraham heeft genoemd en hij de opdracht kreeg om zijn dierbaarste te offeren, wordt de moslim bevolen om eens in zijn leven dat Huis te bezoeken en een offer te brengen. “En volbreng de bedevaart........”(H.K.2:196). Alle godsdiensten kennen de bedevaart: de christenen kennen verscheidene bedevaartsoorden, de joden gaan naar de Klaagmuur in Jeruzalem, de hindoes naar de Himalaya of de Ganges, enz. Deze is echter een ritueel, dat rechtstreeks verband houdt met de religie. In de islam breng je eigenlijk dagelijks offers ten behoeve van je medemens, zoals eerder al aangegeven. Hiernaast kent de moslim de jaarlijks terugkerende bedevaart waarbij de bedevaartganger een dier offert.


Contact | Links