Algemene beginselen van religieuze tolerantie
Er zijn drie algemene beginselen die van groot belang zijn bij het
bepalen of een godsdienst wel of niet tolerant is ten opzichte van
andere godsdiensten.
Ten eerste: hoe ziet het heilig boek van die godsdienst de religieuze
aard van haar volgelingen ten opzichte van niet-volgelingen? Als het
boek de eigen volgelingen beschouwt als godsdienstig superieur alleen
maar omdat zij dat geloof aanhangen of omdat zij behoren tot een bepaalde
groep of natie of van een bepaald geografisch gebied afkomstig zijn,
dan is dit de nekslag voor de gedachte achter tolerantie. Als medemensen
die een ander geloof aanhangen worden gezien als religieus minderwaardig,
dan zal ook hun geloof en gedrag als minderwaardig worden beschouwd
en is het dus minder waarschijnlijk dat zij zullen worden getolereerd.
Het tweede belangrijke beginsel is: hoe beschouwt het heilig boek
de aard van de relatie die God heeft met de volgelingen van dit geloof
vergeleken met de volgelingen van andere geloven. Met andere woorden,
heeft God een speciale band met een bepaalde groep mensen slechts
omdat zij een bepaald geloof aanhangen of tot een bepaalde stam, natie
of geografisch gebied behoren? Als dat zo is, dan is dit ook een zware
klap voor tolerantie aangezien de geloofsovertuigingen en gewoonten
van ieder ander als minderwaardig wordt beschouwd.
Het derde beginsel is: wat is de opvatting van een godsdienst over
haar heilig boek en haar profeet of boodschapper of stichter ten opzichte
van de heilige boeken en stichters van andere godsdiensten. Beweert
deze godsdienst dat alleen haar geopenbaard boek, boodschapper, stichter
en profeet de ware zijn en dat de waarheid alleen aan hem is geopenbaard?
Als dat het geval is dan betekent dat, dat de boodschappen en boodschappers
van alle andersdenkenden onwaar zijn en dus zullen zij minder waarschijnlijk
getolereerd worden. Bovendien, het onderdrukken van andere geloven
zou in dit geval bijna als verdienste kunnen worden gezien.
Het laatste en misschien wel belangrijkste beginsel is of de stichter
van de godsdienst en zijn eerste volgelingen tolerant waren. Anders
gezegd, kunnen de grondgedachten achter tolerantie die deze godsdienst
predikt in de praktijk gebracht worden. Als dat niet het geval is,
dan zijn deze grondgedachten, hoe hooggestemd ook, waardeloos. Zij
kunnen dan namelijk niet bijdragen aan de goedheid van de mens.
Religieus karakter
Het eerste dat in ogenschouw genomen dient te worden is hoe de Islam
staat ten opzichte van het religieus karakter van moslims vergeleken
met die van niet-moslims. In de Islam hebben alle mensen, moslims
en niet-moslims, dezelfde ziel en daarom ook dezelfde spirituele aard.
Deze ziel is de geest van God, die in de mens wordt ingeblazen.
15:29 : Als Ik hem dan volkomen heb gemaakt en in hem Mijn geest heb
geblazen, val u buigend voor hem neder.
De mens herkent God door zijn ziel, door de geest van God in hem,
en deze ziel bezit de hemelse kwaliteiten die wij kennen als spiritueel
en moreel, zoals genade, liefde, vriendelijkheid, rechtvaardigheid,
eerlijkheid, genadigheid, enz.
7:172 En toen uw Heer uit de kinderen van Adam, uit hun ruggen, hun
afstammelingen voortbracht, en hen getuigenis deed afleggen tegen
hun eigen zielen: Ben Ik niet uw Heer? Zeiden zij: Ja! Wij getuigen.
Opdat gij ten dage der opstanding niet zou zeggen: Waarlijk, wij waren
hieromtrent achteloos.
95:4 Voorzeker hebben Wij de mens in de beste vorm geschapen.
30:30 O vrouwen van de Profeet! Wie uwer een openlijke onzedelijkheid
begaat, voor haar zal de kastijding tweevoudig worden vermeerderd;
en dit is God gemakkelijk.
Aldus, iedereen, moslim of geen moslim, heeft dezelfde goddelijke eigenschappen in zich en hetzelfde vermogen om deze goddelijke spirituele en morele kwaliteiten te ontwikkelen:
91:9,10 Inderdaad zal het hem, die haar reinigt, voorspoedig gaan. En inderdaad zal hij verlies lijden, die haar verderft.
Dit beginsel over de gelijkheid van zielen is toe te schrijven aan
die primaire kenmerken van God die genoemd worden in Surah Fatiha:
Zijn Genade (Rahma) en Rechtvaardigheid(Adl). Rahma of Genade betekent
zoveel liefde en tederheid te hebben voor iets dat men er goed voor
is. Dus, God is de Rahman(Weldoener) d.w.z.. Hij is goed voor Zijn
schepsel door Zijn liefde ervoor, zonder dat het schepsel er iets
voor gedaan heeft, en Hij is de Raheem (Genadevolle) d.w.z. Hij doet
heel veel goeds voor Zijn schepsel door dezelfde liefde indien Zijn
schepsel het verdient. Dit kenmerk, liefde en weldadigheid, is zo
belangrijk, dat de Almachtige met dit kenmerk de mens aan Zich bindt:
6:12 Zeg: Wie behoort hetgeen in de hemelen en (op) de aarde is? Zeg:
Aan God: Hij heeft Zich genade voor geschreven; Hij zal u ten dage
der opstanding zekerlijk vergaderen - daaraan is geen twijfel. (Aangaande)
degenen, die hun zielen verloren hebben, zij geloven niet.
Het tweede kenmerk is Zijn perfecte rechtvaardigheid (Adl), een onderdeel
van de Heer van de Dag des Oordeels (Maalik-I-Yaumideen) zijnde. Aldus,
in de Islam kan het niet anders zijn dan dat door de genadigheid,
liefde en rechtvaardigheid van God alle mensen gelijk geschapen zijn
met allen dezelfde goddelijke kwaliteiten en met hetzelfde vermogen
om die kwaliteiten te benutten. Daarom is het belangrijk dat moslims
alle mensen liefhebben en respecteren; iedere ziel ontspringt namelijk
aan de geest van God en bezit goddelijke kwaliteiten. Het eerste beginsel
van tolerantie, dat iedereen, moslim of geen moslim, dezelfde spirituele
aard bezit, wordt dus bewezen in de Islam. Als een moslim niet gelooft
in de gelijkwaardigheid van de religieuze aard van ieder mens, dan
gaat hij of zij tegen de principes van de Islam en tegen de aard van
God in.
Relatie tussen God en de mens
Wat ook nagegaan dient te worden is of moslims een speciale band hebben
met God, die hen superieur maakt ten opzichte van niet-moslims, alleen
omdat zij moslim zijn. In de Heilige Koran spreekt God altijd over
Zichzelf als Rabb(Heer of nauwkeuriger gezegd, voedend tot perfectie).
Het goddelijke kenmerk van Rabb wordt omschreven als het voeden van
iets, zodat het steeds een stapje hoger gaat totdat het de perfectie
heeft bereikt. In de Heilige Koran verwijst God altijd naar Zichzelf
als de Rabb of Heer van alle mensen, nooit als de Heer van de moslims,
of Arabieren, of welke stam of natie dan ook.
2:21 O mensen! Dien uw Heer, Die u en degenen vóór u heeft geschapen, opdat gij u hoeden zult (voor het kwaad).
Verder wordt de relatie tussen God en de mens duidelijk beschreven in de volgende verzen:
2:62 Waarlijk, degenen die geloven en degenen die Joden zijn, en
de Christenen en de Sabiërs - al wie in Allah en de jongste dag
geloven en goed doen, zij zullen hun beloning bij hun Heer hebben,
en er is geen vrees voor hen, noch zullen zij treuren.
2:111,112 En zij zeggen: Niemand zal de tuin ingaan, behalve hij die
een Jood is of de Christenen. Dit zijn hun ijdele wensen. Zeg: Breng
uw bewijs, indien gij waarheidlievend zijt.
Ja! Wie zich geheel aan God onderwerpt en de weldoener is (van anderen),
heeft zijn beloning van zijn Heer en er is geen vrees voor hem, noch
zal hij treuren.
49:13 O gij mensen! Waarlijk, Wij hebben u van een mannelijk en een
vrouwelijk persoon geschapen, en u tot stammen en gezinnen gemaakt,
opdat gij elkander zult kennen; waarlijk, de achtenswaardigste van
u is bij God degene onder u, die het best (voor zijn plicht) oppast;
waarlijk, God is Wetend, Zich bewust.
In de Islam betekent het behoren tot een bepaalde groep dus niet persé het hebben van een speciale band met Hem. Volledige overgave aan God en goed zijn voor Zijn schepselen brengt de mens dichter bij God. Dit kan de mens doen door het ontwikkelen van de goddelijke kwaliteiten in zijn ziel, de ware bron van verlossing. Niet alleen bevoorrecht God moslims niet, slechts omdat zij moslims zijn, maar in de Heilige Koran vertelt Hij over goede mensen van andere godsdiensten met een geopenbaard boek en beschouwt hun bidhuizen als plaatsen waar Gods naam veel genoemd wordt:
22:40 Degenen die uit hun huizen verdreven zijn zonder een rechtvaardige reden, behalve dat zij zeggen: Onze Heer is God. En was er niet Gods terugdrijven van sommige mensen door andere geweest, (dan) zouden er zeker kloosters en kerken en synagogen en moskeeën, waarin aan Gods naam dikwijls gedacht wordt, afgebroken zijn; en waarlijk, God zal bijstaan wie hem bijstaat; waarlijk, God is Sterk, Machtig.
Ook keurt God in de Heilige Koran het zichzelf overdreven rein vinden ten strengste af en houdt hij van diegenen die bescheiden zijn:
53:32 Degenen die de grote zonden en de onzedelijkheden schuwen,
behalve de terloopse gedachte; waarlijk, uw Heer is mild in het vergeven.
Hij kent u het best, wanneer Hij u uit de aarde voortbrengt en wanneer
gij embryo's in de baarmoeders uwer moeders zijt; derhalve schrijf
uw zielen geen reinheid toe; Hij weet het best wie zich (voor het
kwade) hoedt.
25:63 En de dienaren van de Weldadige God zijn degenen, die nederig
op de aarde wandelen en wanneer de onwetenden hen aanspreken, zeggen
zij: "Vrede".
Bovendien, beweren dat men superieur is aan een ander door geboorte of afstamming is onjuist, aangezien het de duivel is die dat zegt:
7:12 Hij zei: "Wat verhinderde u dat gij niet neder boog, toen
Ik (het) u gebood?"Hij zei: "Ik ben beter dan hij; Gij hebt
mij van vuur geschapen, terwijl Gij hem van stof hebt geschapen".
Arrogantie zoals dit is dus een genadeklap voor spirituele ontwikkeling.
God heeft de mens de vrijheid gegeven om te kiezen, want zonder vrije
wil is er geen spirituele en geestelijke verbetering mogelijk.
76:3 Waarlijk, Wij hebben hem de weg gewezen; hij moge òf
dankbaar òf ondankbaar zijn.
18:29 (Aangaande) degenen die geloven en het goede doen - een goede
eindtoestand zal de hunne zijn en een uitnemende wederkeer.
6:105 Inderdaad zijn er duidelijke bewijzen van Uw Heer tot u gekomen;
wie dus zien wil, het is ten beste van zijn eigen ziel, en wie blind
wil zijn, het zal te zijnen nadele zijn; en ik ben geen waker over
u.
Dwang van godsdienst is ten strengste verboden in de Islam en dat wordt het meest duidelijk gemaakt in vers 2:256 dat beschouwd dient te worden als de Magna Carta van religieuze tolerantie.
2:256 Er is geen dwang in de godsdienst: waarlijk, de rechte weg
is duidelijk
onderscheiden van de dwaling; derhalve, wie niet in de duivel gelooft,
heeft inderdaad het hechtste handvat vastgegrepen, dat niet zal afbreken
en God is Horende, Wetende.
Het beginsel van religieuze tolerantie is in geen enkel ander heilig
geschrift zo duidelijk vastgesteld. Daardoor voldoet de Islam aan
het tweede criterium van religieuze tolerantie; door te leren dat
God een liefdevolle band heeft met iedereen, dat dwang van godsdienst
volstrekt verboden is en dat de relatie met God opgebouwd is uit gehoorzaamheid
aan God en dienstbaarheid aan Zijn schepselen. Want, dit is de manier
waarop de mens zijn goddelijke kwaliteiten perfectioneert en dichter
bij God komt.
Ten derde moet onderzocht worden wat de Koran zegt over de heilige
geschriften van andere religies en hun stichters. Hoe staat de Koran
tegenover andere heilige geschriften en profeten of stichters van
andere religies. De Heilige Koran zegt dat alle profeten en geschriften
van God afkomstig zijn. Zij zegt dat God de mens met Zijn Oneindige
Liefde en Genadigheid (Rhama) niet in het donker heeft laten staan
na zijn schepping. Sinds de schepping van de mens heeft Hij via Zijn
openbaringen aan Zijn boodschappers Zijn begeleiding gestuurd voor
de religieuze ontwikkeling van de mens om hem zo geschikt te maken
voor een eeuwigdurend leven met God in het hiernamaals:
35:24 Waarlijk, wij hebben u met de waarheid gezonden, als een overbrenger
van blijde tijdingen en als een waarschuwer; en er is geen volk, of
een waarschuwer is onder hen geweest.
10:47 En ieder volk had een apostel; derhalve, wanneer hun apostel
kwam, werd de zaak tussen hen met rechtvaardigheid beslist en zij
zullen niet onrechtvaardig worden behandeld.
Verder zijn er meer boodschappers dan de profeten die in de Koran genoemd worden:
4:164 En (Wij zonden) apostelen, die Wij u tevoren hebben vermeld en apostelen, die Wij u niet hebben vermeld; en tot Mozes richtte God Zijn woord, tot hem sprekende.
Er is een hadith waarin gezegd wordt dat sinds de schepping van Adam
tot de tijd van de Heilige Profeet, er 144.000 profeten gezonden waren
naar de mensheid.
In de Islam worden de geschriften van alle andere godsdiensten beschouwd
van goddelijke origine te zijn omdat zij de openbaringen zijn die
gestuurd zijn met de profeten. Als de Heilige Koran vereist om in
haar te geloven, dan houdt dat tevens in dat de moslims ook in de
voorgaande geschriften dienen te geloven.
2:4 En die in datgene geloven, wat aan u is geopenbaard en (in) datgene wat vóór u werd geopenbaard; en van het leven hiernamaals zijn zij overtuigd.
De Heilige Koran benadrukt dat de Islam geen radicale nieuwe godsdienst
is, maar dezelfde boodschap die God door de eeuwen heen naar de mens
heeft gestuurd via Zijn boodschappers. De boodschap dat men God moet
dienen en Hem moet gehoorzamen en goed moet zijn voor Zijn schepselen.
De Heilige Koran beschouwt zichzelf zelfs als het beste van de voorgaande
geschriften bevattend; de waarheid van voorgaande geschriften bevestigend
en hen beschermend:
98:3 Waarin (alle) rechte boeken zijn.
2:41 En geloof in hetgeen Ik geopenbaard heb, bevestigende datgene
wat bij u is, en wees niet de eersten om het te loochenen, en neem
geen geringe prijs in ruil voor Mijn mededelingen; en voor Mij, Mij
alleen dient gij derhalve te vrezen.
5:48 En Wij hebben u het Boek geopenbaard met de waarheid, bevestigende
hetgeen daarvóór is van het Boek en een waker daarover,
derhalve, richt tussen hen naar hetgeen God geopenbaard heeft, en
volg niet hun lage begeerten (om u af te wenden) van de waarheid,
die tot u is gekomen. Voor ieder uwer hebben Wij een wet en een weg
bepaald, en indien het Gode had behaagd, zou Hij u (allen) tot één
volk gemaakt hebben, maar Hij zal u beproeven in hetgeen Hij u gegeven
heeft, derhalve, wedijver met elkander in het zich haasten naar deugdelijke
werken; tot God is uwer wederkeer, van allen (uwer), derhalve zal
Hij u datgene laten weten, waarover gij het oneens bent geweest.
Het enige verschil is dat de Heilige Profeet Mohamed de laatste van
alle profeten was en voor iedereen gezonden was en dat de laatste
boodschap, de Heilige Koran, bedoeld was voor altijd en onder alle
omstandigheden en nooit verloren zou gaan of gecorrumpeerd zou worden.
Moslims respecteren en hebben de stichters van alle godsdiensten dus
lief als ware profeten van God en beschouwen hun heilige geschriften
als openbaringen van de Almachtige.Zij worden in het bijzonder verboden
de godsdienst van anderen te beschimpen en worden bevolen om beleefd
te zijn in hun pogingen tot verspreiding van het geloof:
6:108 En indien het God had behaagd, zouden zij niet anderen (nevens
Hem) geplaatst hebben, en Wij hebben u niet tot een waker over hen
aangesteld, en gij zijt geen waker over hen.
16:125 Roep tot de weg van uw Heer met wijsheid en uitnemende vermaning,
en redetwist met hen op de beste wijze; waarlijk, uw Heer kent het
best wie van Zijn pad afdwalen, en Hij kent het best wie de rechte
weg volgen.
Het voorbeeld van de Heilige Profeet (vzmh) en zijn volgelingen
De Heilige Profeet Mohamed (vzmh) gaf een praktisch voorbeeld van
tolerantie toen hij de Christen delegatie van Najran onderdak gaf
in zijn moskee en hun toestemming gaf om daar te bidden. Tijdens het
leven van de Heilige Profeet Mohamed is er nooit sprake geweest van
gedwongen bekering. Dat is opmerkelijk aangezien de laatste dertien
jaren een periode van oorlog was waarin onder gebruikelijke omstandigheden
zulke uitspattingen geregeld voorkwamen. Deze tolerante geest was
opnieuw merkbaar tijdens de geweldloze overwinning op Mekka door de
Heilige Profeet toen niemand gedwongen werd bekeerd. Mensen die zijn
dierbaarste familieleden en vrienden hadden vermoord, vaak op de meest
wrede manieren, stonden nu hulpeloos tegenover hem. Elk normaal persoon
zou zijn gezwicht voor het verlangen naar wraak. Maar de Heilige Profeet
en zijn volgelingen, die zijn voorbeeld volgden, vergaf hun. Nergens
in de geschiedenis komt men zo een geval van onevenwijdige vergiffenis
en tolerantie op zo grote schaal tegen.
De liefde van de Heilige Profeet voor de mensheid en zijn zorg over
hun gevallen staat was zo groot dat in de Heilige Koran gezegd wordt
dat hij bijna doodging uit verdriet om hen.
18:6 Wellicht zult gij u dan uit droefheid doden, treurende over hen, indien zij niet in deze aankondiging geloven.
Na het overlijden van de Heilige Profeet Mohamed (vzmh) behielden
zijn volgelingen dezelfde tolerante geest. Bekend is de vriendschappelijke
ontmoeting van Hazrat Umar met de Bisschop van Jeruzalem na de overgave
van Jeruzalem aan de moslims. Tijdens deze ontmoeting bood de Bisschop
de kerk aan Hazrat Umar om te bidden. Maar Hazrat Umar weigerde. Hij
zei dat hij bang was dat als hij in de kerk zou bidden, in de toekomst
moslims de kerk zouden willen veranderen in een moskee omdat hij daar
eens gebeden had. Wederom zal men in de geschiedenis tevergeefs zoeken
naar nog zo'n voorbeeld van zulke zorg en tolerantie. Deze gebeurtenis
is nog opmerkelijker aangezien het plaatsvond in die tijd waarin moslims
en christenen hevig streden tegen elkaar!
De aanwezigheid van honderdduizenden Christenen en Hindoes in gebieden
die onder Islamitisch gezag stonden of staan, getuigt van het tolerant
karakter van de Islam.
Op persoonlijk vlak kan er misschien geen hechtere en liefdevollere
relatie zijn dan die tussen echtgenoten. De Islam staat moslims toe
te trouwen met vrouwen uit een volk dat in het Heilig Boek gelooft.
Dit alleen zou ieder rechtvaardig mens moeten overtuigen van de uitgestrektheid
van het begrip tolerantie in de Islam. De beginselen waarop tolerantie
gebaseerd is: dat iedere ziel gelijkwaardig is, dat er geen speciale
band is tussen moslims en God slechts omdat zij moslims zijn en dat
alle godsdiensten en profeten afkomstig zijn van God, worden resoluut
vastgesteld in de Islam.
* Dr. N.Malik is bestuurslid van de zustervereniging AAIIL USA in Columbus, Ohio
Voor meer informatie
Ahmadiyya Anjuman Isha' at Islam (Lahore) Nederland (AAII(L)N)
Paul Krugerlaan 16
2517 HK Den Haag
e: info@aaiiln.org
Achtergrond informatie
De Ahmadiyya Anjuman Isha'at Islam (Lahore) Nederland (AAIILN) is
gevestigd aan de Paul Krugerlaan in Den Haag en is aangesloten bij
de Unie van Lahore Ahmadiyya Moslim Organisaties in Nederland (ULAMON).
De bij de ULAMON aangesloten organisaties maken deel uit van de wereldwijde
Ahmadiyya associatie voor het propageren van de islam, te Lahore in
Pakistan. De doelstelling van deze beweging is om de religie van de
Islam in haar oorspronkelijke, zuivere vorm aan de wereld te presenteren
en om de ware islamitische geest bij de moslims zelf te doen herleven.
Zij tracht deze doelstellingen te verwezenlijken door rationele argumenten,
morele verheffing en door zichzelf als voorbeeld te stellen, terwijl
tegelijkertijd respect en verdraagzaamheid getoond wordt voor de gedachten
van anderen. Zij presenteert de islam als de liberale, rationele,
tolerante, niet-ritualistische en levende godsdienst, die door de
Heilige Qoer'aan wordt onderwezen en in praktijk werd gebracht door
de heilige profeet Mohammed, vrede en de zegeningen van Allah zij
met hem. Voor meer informatie verwijs ik u naar bijgevoegde informatie
over de Lahore Ahmadiyya beweging.
ULAMON in Nederland heeft onder andere tot doel een dialoog op gang
te brengen tussen moslims onderling en tussen moslims enerzijds en
niet-moslims anderzijds
De Lahore Ahmadiyya wereldbeweging in de islam heeft meer dan een
eeuw geleden de juiste Jihaad (zware inspanningen) geproclameerd,
namelijk een Jihaad niet met het zwaard maar met de pen. Dus geen
heilige oorlog, maar het tonen van het ware gezicht van de Islam met
de juiste argumentaties. Het resultaat was en is nog steeds een niet
aflatende stroom van publicaties in nagenoeg alle westerse talen waarin
de vrede van de islam op overtuigende en intellectuele wijze wordt
verkondigd. De Ahmadiyya organisatie is de eerste islamitische beweging
die zich in Nederland meer dan 60 jaar geleden heeft gevestigd en
op bescheiden en niet opzichtige wijze haar islamitische missionaire
taak volbrengt. De huidige Lahore Ahmadiyya moslim populatie in Nederland
is voornamelijk uit Suriname en Nederland afkomstig.